Esther Nederpelt Lazarom

 d a n s e n d   d o o r   h e t   l e v e n 

Op bezoek bij Robin Berkelmans
geïnspireerd danser, choreograaf en dansdocent 

Esther Nederpelt gaat in gesprek met Robin Berkelmans. Over belichaamde overgave, stretchen met voetbalbenen, de zuiverste spontaniteit, de empowering om jezelf te zijn, over het magische punt waar creatie stroomt en nog veel meer moois.

www.robinberkelmans.nl
Robin Berkelmans heeft een geheel unieke achtergrond als dansdocent. Vanuit de stijldans rolde hij op zijn 24e als intrigerende beweger in een moderne theaterdansvoorstelling van TRASH (Tilburg) waarbij zijn liefde voor improvisatie, hedendaagse moderne danstechniek en choreografie ontembaar is aangewakkerd. Kennis uit de Chi Kung, rijke ervaringen op het gebied als choreograaf en zijn fascinatie en expertise betreft improvisatie maken Robin tot een docent vanuit een geheel eigen kracht, met veel oog voor het menszijn en de mentaal en fysieke bewustzijnsontwikkeling.
Robin hanteert een organische methode in hedendaagse danstechniek en improvisatie voor dansers, waarbij het lichaam wordt ontwikkeld voor een heldere en krachtige uitvoering in performance. Hij werkt onder andere op de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, Fontys Hogeschool voor de Kunsten en bij de Vooropleiding Hedendaagse Dans. Hij werkt ook met acteurs, dansers en mimers, waarnaast hij workshops en lezingen geeft in binnen- en buitenland op het gebied van dans en lichaamswerk.



Stretchen met voetbalbenen


“Na mijn onverwachtse – te gekke – ervaring bij het dansgezelschap TRASH, waarbij ik met mensen met zoveel passie voor theater werkte wat ik echt fantastisch vond, gingen er nieuwe deuren open en deed ik auditie voor de Fontys Academie voor Danseducatie. Ik werd daar aangenomen en merkte dat ik door mijn leeftijd en achtergrond een vreemde eend in de bijt was wat een groot voordeel was, omdat je met een andere taal binnenkomt, maar ook een grote uitdaging: die klassieke les! Haha… Gelukkig nam een klasgenootje mij onder haar hoede en werd ik ingebed in de voor mij totaal nieuwe ‘taal’ van de klassieke dans. Stretchen met mijn voetbalbenen!
Na twee jaar had ik meer honger naar nog meer zelf op de dansvloer staan en intensiever met dansmakerschap bezig te zijn, ik wilde meer. Ik ben naar Amsterdam verhuisd en ben mezelf automoom gaan ontwikkelen als kunstenaar op de gebieden van de ‘heilige drietak’ dansmaker, danser en docent. Ik wilde nog zoveel leren en greep alles aan om ervaringen op te doen.”



Zuiverste spontaniteit


“Het docentschap is iets heel natuurlijks voor mij. Veel familieleden van mij werken in een leidinggevende, coachende rol met mensen en ik denk dat dat mij gewoon gegeven is. In mijn improvisatielessen en floorwork lessen stroomt mijn docentschap bijna als vanzelf.
Het mooie van een dansimprovisatie les is dat de eigenheid van de danser, de zuiverste spontaniteit naar boven kan komen. Los van zo hoort het of zo moet het eruit zien, werk je puur met wat er in dat moment gebeurt. Dansers ontdekken zichzelf, vinden zichzelf in de openheid zonder een techniek om op te leunen of zich achter te verschuilen. Dat is een heel bevrijdend proces, maar ook een uitdagend proces. Ontspanning, veiligheid en gelijkwaardigheid zorgen ervoor dat er een sfeer ontstaat waarbinnen dat proces van groei kan plaatsvinden.”



Empowering om jezelf te zijn


“Ik vind gelijkwaardigheid een krachtig instrument om met mijn leerlingen aan de slag te gaan. We zijn allebei mensen, allebei op zoek naar een samenwerking, een dialoog. Als die lagen wegvallen, van bijvoorbeeld ‘ik weet het’ als docent, dan ontstaat er een hele mooie wisselwerking met vruchtbare bodem voor ontwikkeling van zowel de leerling/student als mezelf als docent! Het is toch elke keer weer opnieuw uitvinden, met elke nieuwe groep, met diegene die voor je staan. Je reageert, je kijkt, je gaat samen op avontuur. Onderzoeken en spelen zonder regels, met humor en ieders persoonlijke verhaal mag er zijn; dat empowered  de dansers om zichzelf te zijn.”



Het magische punt waar creatie stroomt


“Het groeiproces van de leerling zie je aan verschillende aspecten, bijvoorbeeld dat ze ineens minder formeel gaan bewegen, of dat ze persoonlijker worden (soms met lach- of huilbui gepaard), of je ziet ineens iemand heel open en aanwezig in de kring zitten die zich voorheen nog introvert verschool. Het zijn een soort van bloemen die opengaan. Iemand verliest zijn schilden en de beweging komt uit een bron die niet gebaseerd is op angst, maar op ‘ik voel dit, het gaat en ik doe dit, ik zet het helemaal in de ruimte neer en anderen mogen kijken’ – en dat de danser daar dan nog steeds met overtuiging staat als een performer, met een publiek!
Ik praat veel over inspiratie. Als dat gaat stromen, die bron van creativiteit, dan is de beweging ingegeven, dan laat je het tot je komen, dan gaat het lichaam bewegen vol van wat er in dat moment belangrijk is of expressie zoekt. Dat is fantastisch om mee te maken! Dat is waar dans over gaat, om dat magische punt te vinden van waaruit je die creatie kan laten stromen. Als mens aanwezig zijn, je ongegeneerd en totaal in de beweging of het groeiproces storten. The magic happens!”



Onze gedachten: Fake News!


“Het denken heeft zo’n overwicht! Er zit heel veel belang bij, althans, zo geloven wij. Je wilt je niet schamen of schuldig voelen aan de hand van je gedrag, dus beredeneer je alles om die veiligheid te waarborgen ten opzichte van die nare emoties. Alsof daar de oplossingen zitten! Nou, dat is fake news! Dat is misschien handig voor sommige dingen, maar voor de kunst werkt het anders, zo ook in dans. Ga op zoek naar je essentie! Zet dat beredeneren aan de kant.
Belangrijk is dat je er iets anders voor in de plaats aanneemt, waarbij je ontdekt dat je er als mens mag zijn in verbinding en oprechtheid met al je kwetsbaarheid. Die spontane stroom waarbij het ook heel vertrouwd voelt als je daar bent, bijna als thuiskomen. Als docent denk ik dan alleen maar ‘wauw, wat tof dat ik je echt mag zien in wat je hier nu doet’.”



Belichaamde overgave


“In mijn lessen is ‘de uiteindelijke vorm’, de esthetische noodzaak, het resultaat van het werken vanuit de ‘bron’. Die bron gaat bijvoorbeeld over het ontdekken van de eigen neigingen, waarbij we ingaan op de zuiverheid van verbinding maken van je lichaam als danser. ‘Kan ik eerlijk naar mezelf zijn als danser? Kan het ook minder geforceerd?’ en ook vragen als ‘bestuur en controleer ik deze beweging zelf (als dictator – zo moet het lijf en niet anders) of laat ik het lichaam spreken en luister ik dan ook?’…
En dan moet je een klik maken, hoe je dan vanuit een gewoonte die je welbekend is om je lichaam overmatig aan te sturen naar het voelen en samenwerken met het lichaam komt, waardoor je een luisterende, onderzoekende, uitvoerende toestand krijgt die veel meer uit het lichaam zelf komt, uit een authentieke bron. Niet vanuit het cognitieve proces gestuurd, maar meer in verbinding met een diepere waarde, met de creatieve bron. Dan voelt de danser (en ziet de kijker) belichaamde overgave, dat is zo prachtig om te zien!”


Denk je dat je voelt of voel je werkelijk?

“Mijn belangrijkste anker in de oefeningen die ik aanbied in mijn lessen, als preparatie voor zo’n authentieke staat van zijn, is het lichaam, waarbij ik inga op wat zich aandient en de bewegers in mijn les daar óók toe uitnodig. Letterlijk de ‘belichaming van dat proces’ om er helemaal te mogen zijn en te ontvangen wat er is in het hier en nu. Ik bewandel allerlei wegen om de dansers in mijn les contact te laten krijgen met het lijf. Opnieuw echt voelen, echt verbinding maken. Hierbij gebruik ik oefeningen uit de Chi Kung, Feldenkrais techniek, westers lichaamswerk en simpelweg oefeningen waarbij het lichaam echt wordt ontdekt. Puur het lichaam ervaren, voelen. Ik stel veel vragen, bijvoorbeeld als de dansers liggen – ervaar je jouw lichaamsmassa als gewicht? Of bij rollen - geef je mee met de rol of werk je tegen, hoe voelt het in je lijf? Wat is echt voelen eigenlijk? Wat is denken over wat je lijf voelt en werkelijk voelen? Kun je het volume voelen van je lichaam, bijvoorbeeld de ronding van je vinger, de lengte van je vinger? En hoe komt dat binnen, als gevoel of als beeld?”

Robin vertelt verder…

“Ik werk veel met proprioceptie (het vermogen van een organisme om de positie van het eigen lichaam/lichaamsdelen waar te nemen). Wanneer die proprioceptie geactiveerd is, wanneer dat een ‘klik’ wordt, dan kun je het gaan hebben over verbindingen maken, interne ruimte voelen, interne ruimte gebruiken, ontspanning vinden en daarin ligt de bron van het werk om effectieve tools te vinden voor beweging. Die interne ruimte voelen we in het dagelijks leven heel helder als we bijvoorbeeld moeten plassen, dan voelen we ineens dat we een blaas hebben, of als we onze darmen voelen werken of pijn hebben ergens, dan is de ervaring van die lichamelijke ruimte ineens heel concreet aanwezig in onze beleving. Maar de blaas en de darmen zijn er natuurlijk altijd! Die kunnen we altijd in ons bewustzijn ‘waarnemen’. Zo kun je het hele lichaam af gaan als ontdekkingstocht…”



Eerst de bron vinden en daarna expanderen


“In mijn ‘formele’ floorworklessen – waarbij ik vaststaand materiaal aanbiedt - ga ik met de dansers op zoek naar flow in de bewegingskwaliteit en het inzetten van ‘jezelf’ in de beweging. Ik werk met een aantal bewegingsfrases waarbij we de authenticiteit vinden in en binnen het vastgelegde materiaal. Daarbij wordt het onderzoek in de beweging aangegaan met de kernvraag ‘waar gaat de beweging nu werkelijk over?’. Het verschil tussen ‘er helemaal zijn in een beweging’ en de ‘beweging doen’ is nogal zichtbaar en voelbaar. Echt vanuit de bron van eigenheid de beweging vormgeven: dan komt de kunstenaar in zijn kracht! Zonder maskers, remmingen of twijfel maar in volledige overgave. Daar daag ik mijn leerlingen toe uit. Niet forceren maar luisteren naar het lichaam: wat is de meest efficiënte weg om hier te bewegen voor mijn lichaam, zonder dat je hoeft te trekken of te duwen? Dan ontstaat er zo’n mooie flow, die voel je en die zie je. Eerst de bron vinden en daarna kun je expanderen!”



Je raakt met je eigen vuur als docent 

het vuur van de leerling


“Als een groep niet snapt waar ik ze naartoe wil brengen, dan werk ik met mijn leerlingen op een zelfstandige manier als ze met vragen komen ‘kijk zelf eens, hoe zou jij dit oplossen’? En bij stukjes beweging waarbij ik zie dat ze nog heel hard aan het werk zijn of onnodige krachtsinspanningen leveren, nodig ik ze uit om het zelf op te lossen, om op zoek te gaan naar hoe hun lichaam het zou willen aanpakken. En soms ook is het belangrijk om de les even plat te leggen en mijn wens als docent meer woorden te geven, dan gaat mijn innerlijke vuur harder branden en hou ik een geïnspireerde monoloog om de leerlingen helder te maken dat ze een ander ‘doel’ voor ogen mogen hebben dan de beweging alleen maar ‘uit te voeren zoals het hoort’; dat de authenticiteit van de beweging het belangrijkste doel is. Zo’n groep denkt dan ‘oké, nu gaan we ervoor’. Je raakt dan met je eigen vuur als docent het vuur van de leerling.



Een manier van leren om te leren

“Het is makkelijk om ‘afhankelijk te zijn van een docent of leidinggevende’ als leerling en voor velen is dat een welbekende weg die wordt gelopen vanuit de ouders en/of vanuit het basis- en middelbare schoolonderwijs. Bijna als in: ‘meester, hoe moet dit’, waarbij je wacht op het antwoord en dat dan braaf gaat doen. Ik geef ze altijd veel eigen verantwoordelijkheid in het onderzoek. Dat wil niet zeggen dat ik er niet voor ze ben als er echt een probleem is, natuurlijk dan ben ik er dan helemaal, maar meer als coach, om ze te begeleiden. ‘Kijk hier eens naar, probeer het eens zo’. Ik hou ze natuurlijk wel in de gaten.
Het is een manier van leren die ze moeten leren. Maar als je die leervorm, als je die eenmaal in je hebt, inzet dan verandert dat ongetwijfeld ook hoe je zelf later voor een groep leerlingen gaat staan als je docent wilt worden.”


Robin sluit ons inspirerende gesprek af met: “Het is zo fijn om mensen te zien die in hun kracht gaan staan!”