Esther Nederpelt Lazarom

 d a n s e n d   d o o r   h e t   l e v e n 

De 5 benaderingswijzen uit 'Dans in samenhang, een flexibele methodiek'
(Vera Bergman) 

De verschillende benaderingswijzen, beschreven door Vera Bergman in haar boek 'Dans in samenhang, een flexibele methodiek', hebben mij als docent in positieve zin gegrepen omdat ik het een zeer verrijkende manier vond om met mijn lesmateriaal bezig te zijn en het over te brengen. Ik heb het als inspirerend ervaren om dansmateriaal, de leerlingen en het geheel van mijn les in dit daglicht te bezien.

Esther Nederpelt

We gebruiken als dansdocent allemaal de benaderingswijzen, maar de kracht zit hem in het bewust inzetten ervan! 
Hier is veel uit te halen en een levenslange inspiratie voor groei voor zowel docent als leerling. 

Profijt voor dansleerling en dansdocent
Ik merk ook echt zoveel verschil bij mijn leerlingen, als ik bewust de 'reproductieve benadering' inzet (dat gaat bijvoorbeeld over het herkennen van structuren) dat de pick-up van het dansmateriaal binnen afzienbare tijd een enorme groei doormaakt. Waar de dansleerling overigens de rest van zijn dansleven profijt van heeft! En buiten de dansleerling, heb ik er als docent ook heel veel profijt van omdat de leerlingen veel makkelijker bewegingsmateriaal onthouden.

Elke benadering zijn unieke kwaliteit
En zo heeft elke benaderingswijzen zijn unieke kwaliteit, wat een unieke kwaliteit in de les brengt waar je als dansleerling en dansdocent enorm van kan groeien. Het verrijkt als het ware het danslandschap van de dansles!  


Zie hieronder een korte uitwerking van de benaderingswijzen vanuit 'Dans in samenhang' en mijn eigen aanvulling hierop. Met dank aan Vera Bergman. 

Wil je nog meer lesgeef-ideeën en informatie over de 'benaderingswijzen uitgewerkt' ontvangen? Dan kan dat. 

Mail naar [email protected] 

1 ~ Technische benaderingswijze

Bij de techniekgerichte benadering gaat het om de leerling als uitvoerder van dans. Centraal staat de ontwikkeling van het lichaam als dansinstrument. Daarbij gaat het uiteraard om motorische vaardigheden, maar ook om het ontwikkelen van een specifiek lichamelijk, temporeel, dynamisch en ruimtelijk besef. Het gaat vaak om een stap-voor-stap opbouw en analyse van deelbewegingen, om uiteindelijk te komen tot de integratie van de deelbewegingen in een totale dansbeweging of een reeks van dansbewegingen. 

Als docent zet je jouw capaciteiten en die van de leerling in om eens goed te kijken hoe dingen in elkaar steken. Je observeert, onderzoekt en ziet wat er nodig is voor de te maken beweging. 

Welke spieren heb je nodig?  Welke spieren ondersteunen de beweging? Waar is het gewicht? Hoe zit het met de houding en welke belijning wordt er ingezet? Hoe verhoudt de beweging zich tot de ruimte? Etcetera...

Dit zijn allemaal vragen die horen bij de technische benadering. Inzicht hebben in de technische benodigdheden voor het maken van de dansbeweging zijn hierbij essentieel. 

2 ~ Reproductieve benaderingswijze

De reproductiegerichte benadering gaat eveneens uit van de leerling als danser. Daarbij ligt het accent op de overdracht van bepaalde dansstructuren en ordeningsprincipes. Het leren heeft voornamelijk betrekking op het coördineren van opeenvolgende dansbewegingen (een deel van de dans) of op de integratie van deze onderdelen in grote gehelen. Bij de reproductiegerichte benadering wordt een en al vormgegeven, bestaande dans aan de leerling aangeboden. De leerlingen leren deze dansen zelf uitvoeren.

Bij deze benadering gaat het erom, op een geheel andere wijze dan bij de technische benadering, om overzicht te krijgen over de beweging, de structuur van de beweging, het verloop, de overgangen, het geheel. Je bekijkt, zowel als docent als dansleerling, het materiaal dus van meer afstand als het ware. Structuren herkennen, patronen inzien, gemakkelijk wisselen tussen rechts en links, herhalingen herkennen... Je wordt dus absoluut slimmer door deze benadering!  

Deze benadering gaat veel verder dan alleen de vorm overnemen of weten hoe de vorm eruitziet. Het gaat hier over o.a. het aanspreken van het intellect. De pick-up van het dansmateriaal krijgt hierdoor een enorme vooruitgang in snelheid!

3 ~ Expressief/creatieve benaderingswijze

Bij de expressief/creatief gerichte benadering wordt de leerling benaderd als maker van dans waarbij het accent ligt op de ontwikkeling van het persoonlijk dansidioom en het vermogen zelf vorm te geven aan dans vanuit eigenheid van de leerling. Het gaat om stimuleren van een creatief proces, waarbij de leerling onderzoekt welke persoonlijke bewegingsmogelijkheden hem of haar in staat stellen om uitdrukking te geven aan gevoelens en ervaringen. Tevens leert de leerling keuzes maken om te komen tot het structureren en vastleggen/vormgeven van gevonden nieuwe ervaring en/of dansbewegingen.

Bij de expressief/creatieve benadering gaat het om spelenderwijs onderzoek doen naar vooral nieuwe mogelijkheden in creatie en expressie! Normaliter zou je, zowel als docent als danser, wellicht op een bepaalde 'vaste' manier omgaan met bewegingsmateriaal of een lesdoel. Kijk eens of je het op een andere manier kunt onderzoeken? Als docent is het belangrijk dat je jouw leerlingen inspireert om vrijuit dingen te onderzoeken en te proberen: te experimenteren, te exploreren, te ontdekken... 

Een sleutelbegrip in creativiteit is dat je een 'kader’ geeft, of een ‘probleem’ voorschotelt waar dan een creatieve oplossing voor gevonden kan worden.


Deze benadering gaat verder dan het stilstaan bij de intentie van de beweging of het gedachtenbeeld achter de beweging (bijvoorbeeld 'ik beweeg alsof ik door de modder ga); de docent en de leerling mogen hier echt de ervaring hebben om in vrijheid te kunnen experimenteren en iets te dansen wat nog niet eerder bestond, wat in het moment kan ontstaan, het toppunt van creativiteit!

4 ~ Choreografische benaderingswijze

Bij de choreografische benadering staat, evenals bij de expressief/creatieve benadering de leerling als maker van dans centraal. Het accent ligt hierbij op het structureren en vormgeven van dans, met het oog op het presenteren voor een publiek. De fase van het creatieve zoekproces worden ook hier doorlopen, maar met een iets andere invulling. Aangezien de leerling meestal niet alleen de rol van ‘choreograaf’ vervult, maar ook de rol van uitvoerder van dans, zal de choreografiegerichte benadering ook elementen uit de technische en reproductieve benadering bevatten.

Wat is het verhaal van de beweging? Heeft de bewegingsfrase een begin, een midden en een eind? Wat is de achterliggende gedachte, of wat is het 'concept' (verhaal) van het gemaakte stuk dansmateriaal? Het is herhaalbaar en je zou het aan iemand anders aan kunnen leren vanuit een krachtige visie? Bewegen de dansers samen, of juist niet? En zo niet, waarom dan niet? Wat wil je met deze dansactie zeggen? Wat is de betekenis?

Al deze vragen horen in deze benaderingswijze thuis. Belangrijk hierbij is dat niet alleen de docent hierover nadenkt, maar dat de leerlingen zelf daadwerkelijk hun eigen dansmakerschap ook kunnen oefenen, uitwerken, ervaren en tonen.

Receptief/theoretische benaderingswijze

Bij de receptief/theoretische benaderingswijze ligt het accent de ontwikkeling van kennis, inzicht en attitudes. Die vindt vooral plaats door het confronteren met en het nabeschouwen van bijvoorbeeld dansproducten van anderen en achtergrond informatie.

In deze benadering gebruik je een theoretisch aspect wat in jouw bewegingsmateriaal terugkomt. Dit aspect kan enorm variëren, maar heeft altijd te maken met je lesdoel en wat je wilt bereiken met je leerlingen. Bijvoorbeeld kun je plaatjes laten zien, video’s raadplegen en tonen, boeken over geschiedenis, een specifiek onderwerp aankaarten waar de leerlingen zelf onderzoek naar kunnen doen of waartoe je ze inspireert etc. Het belangrijkste deel is dat je daar dan reflectief mee omgaat. Het is kennisnemen en nabeschouwen van hetgeen je aanbied.