Esther Nederpelt Lazarom

 d a n s e n d   d o o r   h e t   l e v e n 

Energiebesparend lesgeven? Yes you can! 
Geschreven door Esther Nederpelt Lazarom

Inleiding

In de heat of the moment van jouw les heb je het veelal niet in de gaten: je geeft alles aan energie en houdt maar weinig over voor het volgende moment, een volgende les, de volgende dag. Hieronder volgen een paar tips en trics die je wellicht op weg zullen helpen naar een rustigere les, niet voor jouw leerlingen – want die wil je graag een uur of langer flink laten zweten - maar voor jou als docent!


Alles wat ik onderstaand heb ontdekt en beschreven is voortgekomen uit mijn eigen verlangen om rustiger les te geven, waar vanuit ik op onderzoek ben gegaan. Ik heb alles tot op de dag van vandaag toegepast en flink uitgeprobeerd met een bijzonder fijn resultaat. Afgelopen maanden waren enorm leerzaam kan ik wel zeggen! Ik deel het graag met jullie.

Overigens is onderstaand bedoeld als overwegingen om in jezelf te activeren. Er bestaan hierin geen vaste wegen en ons vak zit natuurlijk vol uitzonderingen, elke situatie is weer uniek. Het idee is dat je er je voordeel mee kunt doen, op jouw geheel eigen manier. En ook: de toepasbaarheid van de tips & trics zijn natuurlijk afhankelijk van de doelgroep waaraan je lesgeeft! Je vist ze er vanzelf uit, de tips die voor jou van toepassing zijn.


Mocht je betreft dit onderwerp wat verder willen komen in de vorm van een workshop voor je dansdocenten-team of in de vorm van een personal coaching, schroom niet om contact op te nemen: info@esthernederpelt.nl | 06-48259392 | www.esthernederpelt.nl.
In de workshop trainen we de onderliggende skills die nodig zijn om alle inzichten daadwerkelijk te ervaren :-). 


Bewustwording van jouw gedachtenkracht = stap 1

Voor we naar de tips en trics overgaan (waar ik om energiebesparende redenen voor jullie en mezelf natuurlijk niet te lang mee ga wachten haha) moet je weten dat jouw energie veelal wordt aangestuurd door wat je denkt. Je lichaam reageert eigenlijk op je mind! Dat is het hele idee. Zodra je deze doorhebt, dan weet je dus ook: dat je andere keuzes kunt maken in wat je denkt.


Bijvoorbeeld (wel een beetje inleving nodig):


Voel je lichaam maar eens als je denkt aan je bed: fris opgemaakte lakens, na een lange werkdag net gedoucht plof je erin, je hoofd op het kussen, ahhhh… heerlijk... je voelt je spieren ontspannen bij deze gedachte, je ademhaling wordt ruimer... je laat los…


En voel je lichaam en de reactie maar eens bij de gedachte dat je de trein moet halen om op tijd te zijn voor jouw eerste proefles bij je nieuwe werk! Je had onderweg ineens een lekke band en kwam niet vooruit… Je rent naar de trein en…!!! Je voelt je spieren aanspannen en je ademhaling korter worden, soort kramp op je borst…


Voor het fijn doorlezen van de rest van dit blog, weer even terug naar je bed, hoe voelden de dekens ook alweer, en hoe zacht is je kussen? Ahhh…


Het zit hem dus in jouw gedachten hoe jouw lichaam in zijn energieverbruik aan de slag gaat.


Gedachten als dansdocent

Zo even uit de losse pols een aantal voorbeelden van gedachten die jou als dansdocent energie kunnen KOSTEN:

- We hebben maar zo weinig tijd om deze choreo in te studeren, we moeten echt opschieten anders halen we het niet
(je gaat in een hogere versnelling wat niet altijd betekent dat je meer werk gedaan krijgt!)
- Ik hoop dat de leerlingen niet zo traag zijn als vorige week
(je bent niet in het NU, maar bent bezig met een week geleden)
- Ik voel mij onzeker over deze oefening maar wil het niet laten merken aan de groep of aan mezelf toegeven
(je ontkent je gevoelens)
- Ik hou constant mijn leerlingen in de gaten of het wel goed gaat, om het maximale eruit te halen
(je staat non-stop AAN)
- Ik verbind mij met de leerlingen door contact te maken en voel mij genoodzaakt deze verbinding het gehele uur non-stop te blijven voeden en voelen
(je laat de leerlingen niet los en neemt daardoor geen moment voor jezelf)
- Etc. -> je kunt er zelf waarschijnlijk nog wel een paar bij verzinnen!


Zo ook een aantal voorbeelden van gedachten die jou als dansdocent energie kunnen OPLEVEREN:

- Het komt goed komend uur, ik voel het en ik vertrouw erop -> we krijgen die choreografie erin zonder stress
(je werkt vanuit vertrouwen en ontspanning)
- Ik zie dat de leerlingen een beetje moe zijn, ik ga eens even inzoomen wat er met hen aan de hand is - en je begint eventueel een gesprekje om uit te vinden waar ze uithangen, waarom ze zich zo voelen
(je bent in het hier en NU)
- Ik weet mijn oefening niet meer… Ik geef mezelf even de tijd om de muziek aan te zetten en het even uit te proberen, wat had ik ook alweer gemaakt?
(je bent niet bang voor je ‘mens-zijn’ – we kunnen het niet altijd 100% weten)
- Ik geef mijn leerlingen het dansmateriaal en dan laat ik ze zelf verder oefenen terwijl ik even wat anders ga doen – mijn aanwezigheidslijsten bijwerken of een muziekje zoeken of wat water drinken
(je geeft de leerlingen zelf verantwoordelijkheid – jij kan even UIT)
- Ik verbind mij met de leerlingen maar ik laat ze tussendoor ook regelmatig even los
(je creëert momenten voor jezelf)
- Etc.


Ik kan hier nog heel veel over vertellen en vele voorbeelden geven op allerlei manieren, maar ik weet dat jullie graag energie willen besparen dus ik zal proberen recht door zee te zijn.


Je hebt een keuze!

Wat je dus ziet in bovenstaand gedachten-voorbeeld, is dat hoe jij denkt het te ‘moeten doen’ en hoe jij überhaupt denkt in een les heel veel uitmaakt. Hierin valt veel winst te behalen als je beseft dat je hierin een KEUZE hebt! Denk anders en je hebt een ander resultaat.


Energie communiceert vanuit zichzelf

Het rare én mooie van energie is dat het van zichzelf uit communiceert. Je hoeft er eigenlijk niets voor te doen dan jouw eigen energie vormgeven! Ik dacht bijvoorbeeld laatst in mijn les ‘ik voel dat ik even moe ben, ik ga even deze jassen uit de vorige choreografie ophangen’ en prompt nam een leerling van de groep in de zaal de regie van de groep over en ging iedereen zelfstandig aan het werk waardoor ik even een moment kon uitrusten. Razendsnel, een seconde nadat ik mezelf toegestaan had mijn moeheid te voelen en even uit te zoomen. Ongelofelijk, maar zo werkt het werkelijk.

Net als het bij kinderlessen heel goed werkt om een soort ‘vanzelfsprekendheid’ in jouw handelen in te lassen (ook weer een gedachtenkracht om mee te werken). Als je naar een plek loopt in de ruimte met de bedoeling dat de leerlingen volgen en je denkt ‘even kijken of ze wel volgen, volgens mij gaan ze afhaken’ dan gebeurt dit meestal ook. De ruimte die jij dan door je denken energetisch schept wordt graag door de groep ingewilligd. Maar als jij denkt ‘iedereen volgt mij en het is compleet vanzelfsprekend dat ze naar me luisteren’ heb je veel grotere kans van slagen. Je laat dan energetisch geen ruimte over als het ware voor de groep om andere gedachten te hebben, omdat jij deze ook niet hebt.


Tips & Trics voor het voeden van jouw energiesysteem – probeer maar eens uit!


DYNAMIEK IN JEZELF


1) Bij jezelf terwijl je in verbinding bent met de ander

Voel jij, als je naar een dansleerling luistert die een verhaal vertelt of die aandacht van jou vraagt ondertussen dat je luistert je voeten? Of verlies jij je helemaal in degene tegenover je? Voel jij, als je individueel of klassikaal iets uitlegt jouw lichaam? Voel je je voeten op de vloer of bijvoorbeeld je handen? Of hoe is je ademhaling? Kun je nog wat dieper ademen?

Je energiesysteem heeft veel baat bij jouw aandacht. Als je teveel en te lang je aandacht op iets anders buiten jezelf richt, raakt het systeem uitgeput. Zodra je je moe voelt worden, breng je aandacht naar je eigen lichaam en je zult zien dat je energiesysteem zich weer gaat opvullen (wel nadat je je even enorm bewust wordt van je moeheid – want die voel je dan even extra omdat je jezelf voelt).


2) Side-coaching MET jezelf

Als je met jouw side-coaching bezig bent (hulpteksten geven zonder dat je meedoet), adem je dan nog goed door? Voel je je voeten op de vloer als je rondloopt? Of ben je helemaal met je aandacht bij de leerlingen en hoe ze het doen waarbij je ze non-stop de juiste richting op helpt en geenszins bewust bent van jezelf? Je kunt hierin heel veel ‘spelen’ – overigens zonder dat je minder aandacht voor je leerlingen hebt, want een paar seconden nadat jouw aandacht bij je ademhaling is geweest kun je weer terug naar je leerlingen (en daarna niet vergeten: weer terug naar JEZELF). Jouw energiesysteem voelt een verademing bij deze ‘techniek’! Je zult zien dat je jezelf veelal verliest in de bewegende groep op de vloer, jezelf eigenlijk ‘over het hoofd ziet’. Telkens je aandacht terugbrengen is de kunst. Loop rond alsof je ‘pauze’ hebt – je zult zien dat je alsnog heel veel zult roepen aan hulpteksten in je ‘pauze’ hahaha…


3) Voel je je onzeker dan heb je een keuze: omarmen, delen of parkeren

Het ligt natuurlijk aan jouw groep hoe je met jouw eigen onzekerheid omgaat. Soms kan het heel behulpzaam zijn je onzekerheid even aan de kant te schuiven om de groep lekker te laten lopen, waarna je met een collega of iemand anders jouw onzekerheid deelt. Soms echter kan het ook heel behulpzaam zijn en een grote energie-relief geven om jouw onzekerheid te delen of in ieder geval in jezelf te 'omarmen'(het mag er van jezelf zijn, je ontkent het niet).
Het ligt natuurlijk aan waar je onzeker over bent of het makkelijk deelbaar is of niet, maar experimenteer hierin met je groepen als het zich voordoet. Moet je werkelijk altijd alles weten in dat moment? Of kun je ook met jezelf leven als je het even niet weet, mag dat? Het jezelf jouw onzekerheid toestaan geeft al veel adem en lucht, iets wat je energiesysteem verruimt.


Omarmen van je onzekerheid
= denken in jezelf ‘ok, ik ben nu even onzeker en mag dat? Ja.’
Delen van je onzekerheid
= het bespreekbaar maken met je groep
Parkeren van je onzekerheid
= op dat moment doorgaan (het liefst natuurlijk wel stiekem je onzekerheid omarmen ;-)) en daarna met een collega of iemand anders even delen.


Verstoppen, wegstoppen of onderdompelen is de minst effectieve actie die je zou kunnen doen wat dit betreft!


4) Hoe denk jij over jezelf?

Hoe je over jezelf denkt op het moment dat je lesgeeft is een zeer grote energiegever of -vreter. Als je negatieve gedachten over jezelf hebt dompel je jezelf eigenlijk in een soort van dikke grijze wolk, waarbij de energie eigenlijk ‘vast’ wordt gezet en als een remmende factor werkt. Een beetje als fietsen met wind tegen! Of lopen met klompen van ijzer. Zonde zonde zonde! Zorg dat je een modus vindt waarbij je jezelf positieve energie stuurt, positieve gedachten vindt over jezelf.

Ik merk dat ik dat in mezelf als docent heb geautomatiseerd. Ik kan eigenlijk niet lesgeven als ik me rot voel over mezelf, dan is alles zo gek en onnatuurlijk... Dus al mijn negatieve gedachten over mezelf die ik misschien nog wel heb op de heenreis naar mijn werk of in mijn dagelijkse leven, parkeer ik eigenlijk even om goed mijn les te kunnen geven. Natuurlijk zijn hierin veel gradaties en variaties mogelijk, maar onthoud hierin: positiviteit geeft vleugels!


5) Hoe denk jij over de groep?

Hoe je over de groep denkt op het moment dat deze lesgeeft is een zeer grote energiegever of -vreter. Als je negatieve gedachten over de groep voor je hebt dompel je zowel hen als jezelf wederom in ook weer die soort van dikke grijze wolk, waarbij de energie maar moeilijk gaat stromen. Niet handig dus! Bevraag jezelf voor je voor een groep gaat staan: wat zijn de positieve elementen van deze groep? En voedt deze gedachten dan. Je zult zien dat er een geheel andere vibe ontstaat!


6) Positieve feedback zorgt voor ‘flow’

Het klinkt als een cliché, maar het is meer dan waar: positieve feedback geeft de leerlingen vleugels en zorgt voor ‘flow’ in je les (dat de energie lekker stroomt en iedereen het naar zijn zin heeft). Als ik mijn les begin zorg ik altijd dat ik zo snel mogelijk iets positiefs kan vinden waarop ik in kan haken, gewoon om de energiestroom op gang te brengen. Het werkt als een trein! Natuurlijk moet je het wel menen en werkelijk iets zien waar je blij van wordt. Zie ‘focus variëren’ voor wat opties als je geen positief element kan vinden, wat ik me niet voor kan stellen overigens hoor! :-)


7) Focus variëren

Als dansdocent heb je natuurlijk een bepaald doel (in de les, in de maand, in het seizoen). Als dit doel bijvoorbeeld niet is ‘de leerling is in staat vandaag een eigen variatie van de danscombinatie te maken in de danselementen tijd, ruimte of kracht’ dan is het doel wel ‘de leerlingen zijn in staat om deze danscombinatie te onthouden’. Er is altijd wel een doel waaraan je werkt en wat jij voor ogen hebt. Dit is natuurlijk supermooi en fijn, maar wees

a) bewust van jouw gestelde doelen (ook de verstopte achterliggende doelen die je soms niet bewust hebt – vraag jezelf: wat wil je eigenlijk van de leerlingen en belangrijk ook: zijn de leerlingen daar wel van op de hoogte?)

b) bewust van het feit dat jouw gestelde doelen misschien niet haalbaar zijn vandaag door omstandigheden van de groep of doordat jij je niet zo fit voelt.

En kun je dan flexibel zijn? Dat is de vraag. Wat hierbij helpt is het spelen met jouw focus.


Je kan jezelf richten op verschillende aspecten:

- Perfecte (technische) uitvoering van beweging 
- Energie van leerling (laag/hoog) 
- Het contact dat leerlingen met jou maken
- Inzet van de leerling (ze weten de combinatie nog steeds niet maar werken er wel hard voor)
- Vorm van beweging (& volgorde)
- Transformatie van leerling – groeiproces
- Überhaupt hun aanwezigheid in de les!
- Etc.


Wat ik hiermee wil aangeven is dat je vaak als docent vast gaat zitten op één aspect, en als dat niet lukt, je heel hard gaat werken om dat toch voor elkaar te krijgen. Door te variëren in je focus zal je zien dat je veel meer ruimte krijgt om te ademen (de groep ook overigens!). Elke dag is natuurlijk anders, elke groep is elke week weer anders. Jij hebt je plan en je richting, maar jouw focus geeft energie of neemt energie. En veelal kan je gewoon je doelen blijven nastreven onafhankelijk van of het wel of niet lukt, maar doordat je jouw focus verlegt naar de inzet van de leerlingen of je voelt de dankbaarheid dat ze er überhaupt zijn ontstaat er ineens een ruimte in jezelf. En in die ruimte wil je zijn, want dat geeft verlichting en dat is nu precies wat we goed kunnen gebruiken.


8) Verbale instructie OF non-verbale instructie

Denk eens hierover: verbale instructies geven = fysiek uitrusten OF non-verbale instructies geven = stemrust.

Als je hier helderheid in ontwikkeld bij jezelf in jouw instructie, dan voel je ook werkelijk dat de actie op het ene gebied ~ de rust op het andere gebied bewerkstelligt! 

Vaak doen we en fysiek iets voor waarbij we ook onze stem gebruiken of andersom, waarbij we eigenlijk dubbel zoveel energie inzetten! Dus een grote energy-saver is bewustwording hierin en duidelijke, heldere keuzen maken. Niet altijd en-en, maar of-of!
Natuurlijk kan je ook praten en voordoen tegelijkertijd, wat ook heel vaak voorkomt, maar wees je bewust dat je ook soms het ene alleen in kan zetten, om het andere even te besparen!


9) Voordoen fysiek vanuit diverse invalshoeken – minder spierkracht inzetten = energiebesparen!

Je kunt jouw bewegingen telkens met dezelfde ‘spierkracht’ voordoen (de maximaal mooiste uitvoering) maar van daaruit kun je fysiek uitgeput raken want meestal doen we het vaker voor dan 1 keer. Slimmer is het om jezelf te richten in het voordoen op wat je wilt dat de leerlingen oppakken (doelstelling van de beweging). Je kunt dus, als je bijvoorbeeld aan bewegingskwaliteit werkt, ook een beweging voordoen met minder spierkracht maar wel met jouw fysiek gericht op de ‘kwaliteit’ van de beweging (misschien als water, of juist als bliksemschicht), je richt je op de exacte kwaliteit. Dit kun je dan extra verbaal benoemen waardoor je nog meer helderheid creëert zodat jij je fysiek nog wat meer ‘terug kunt trekken’. Wees dus heel bewust wat je wilt! Als je een krachtige beweging wilt met veel spierkracht, kun je alleen deze beweging laten zien, niet de rest eromheen. Je ‘selecteert’ als het ware precies wat je nodig hebt.


DYNAMIEK TUSSEN JOU EN DE GROEP


10) Wie heeft de energiebron, jij of de leerlingen?

Na jouw uitleg van het dansmateriaal (energetische investering), geef je de denkbeeldige ‘energiebron’ (die jij had tijdens je uitleg) aan jouw groep – hoppakee! Je denkt erbij ‘nu is het van jullie’. Je legt de energiebron bij hen. Je hoeft het alleen maar te denken en je voelt al enorm verschil! Je hele lichaam laat los. Ook voor de leerlingen is dit een heel prettig gegeven, omdat je hen verantwoordelijke maakt van het materiaal. Natuurlijk als ze vragen hebben ben je er voor ze en je stuurt ze nog wat aan hier en daar, maar de grote energiebron ligt bij de leerlingen!

Je BENT er, maar DRAAGT niet. Je belasting neemt dus letterlijk af.


11) Muziek aanzetten = moment voor jezelf

Als je naar de muziek toe loopt om de muziek aan te zetten: voel jij je voeten op de vloer, adem je lekker door en durf je de leerlingen even helemaal los te laten? Durf je het ‘koord van verbinding’ even door te knippen? Het is maar een paar seconden, maar zie maar eens hoe moeilijk jij dat vindt! Je wilt ze het liefst nog even iets meegeven om aan te denken in de oefening, of nog even alert houden door je aandacht door je achterhoofd te laten stromen (alsof je daar ogen hebt!), of wat dan ook… Hier kun je winst behalen en je energiesysteem even ‘voeden’ met ruimte voor jou. In die paar stappen naar de muziekinstallatie ontspan je je schouders, je nek, je ademhaling, je zakt even diep in de vloer weg bij elke stap die je neemt…


12) Geef wat je wilt ontvangen

Geef je leerlingen wat je zelf ook zou willen ontvangen. Dit kan op grote schaal niet altijd (dansers vanavond doen we een uurtje slapen), maar op kleine schaal wel. Heb jij iets meer gronding nodig tijdens het lesgeven waardoor je jezelf beter voelt? Deel dit met je leerlingen -> laat hen meer gegrond zijn (wortels uit voetzolen, bewustzijn van zwaartekracht etc.) voordat ze een oefening starten! Je zult zien dat als jij de ‘instructie’ geeft, je deze ook aan jezelf geeft en meebeweegt met wat je zegt. Dat kan natuurlijk ook niet anders, want jij kan het niet ‘niet’ voelen terwijl je het van je leerlingen vraagt. 2 vliegen in 1 klapper!


13) Reactie van jouw leerlingen op jouw verbale en non-verbale ques

Zorg dat je jouw leerlingen goed hebt ‘opgevoed/getraind’ in het volgen van jouw ques, non-verbaal en verbaal. 

Nu heeft elke leerling zijn eigen manier van oppakken en werken, maar lees eens het onderstaande.


13 a) Verbaal – werkelijk horen

Wat ik vaak heb gemerkt is dat ik specifieke hulp- en begeleidingsteksten inzet tijdens het uitleggen van een oefening (wat allemaal mega handige tips zijn bij het bewegingsmateriaal ;-)), als in


- dat ik meteen aangeef hoeveel stappen er in de beweging zitten
- dat ik al direct meld wat de kwaliteit van de beweging is door mijn stemgebruik
- of dat ik meteen aangeef of rechts of links als eerste vertrekt etc.,


dat als ik aan mijn leerlingen terugvraag wat ik heb gezegd, ze het werkelijk niet gehoord hebben en alleen maar hebben gekeken! 

Ze luisteren dus niet automatisch naar wat je zegt, ze zijn veelal visueel ingesteld (en zo getraind). Je kan dan natuurlijk kletsen tot je een ons weegt, maar als niemand het hoort is het uiteraard verspilde energie.

Heel leuk is het om je leerlingen als het ware ‘mee te laten denken’ (of praten) met jouw woorden. Dat de leerlingen het geschenk - wat je ze geeft door alvast wat tips & trics in je verbale begeleidingstekst te benoemen als je een beweging aanleert - ook daadwerkelijk laat aannemen, dat ze het in ieder geval HOREN! Je kan dit trainen door telkens terug te vragen wat je nu ook alweer zei tijdens de uitleg, welke woorden je gebruikte. Hoe meer je dit traint, hoe meer ze dit onder de knie zullen krijgen en op een gegeven moment heb je dat er gewoon in zitten. Je zult zien dat het veel gemakkelijker gaat stromen in je uitleg als ze dit eenmaal in de smiezen hebben. Je hoeft dingen minder vaak voor te doen doordat de leerlingen meteen helder hebben dat ze met rechts starten, dat de beweging in het ritme lang kort kort is of dat er in een bepaald stukje een harde stop zit, de preparatie voor de draai met een tegenovergestelde armpositie wordt neergezet etc.


13 b) Non verbaal – werkelijk reageren

Heel erg geinig is dat je zult merken dat als jouw groep goed gaat reageren op jouw non-verbale handelingen, je les ineens energetisch vooruit vliegt! De vaart komt er gemakkelijk in en je hoeft maar heel weinig aan te geven en er is een grote fysieke reactie bij de leerlingen.

Bijvoorbeeld geef je non-verbaal een que aan ‘kom hier naar de hoek toe voor de diagonaal’ je ‘wenkt’ ze naar de juiste locatie. Als je jouw leerlingen extra traint op het ZIEN van jouw handbewegingen en ze leert hier actief op te reageren, pluk je hier in de toekomst met deze groep heel veel vruchten van! Veelal is een tussentijdse reminder wel nodig.

Ik oefen dit vaak door één van de leerlingen voor de groep te zetten als ‘docent’ en handgebaren te laten maken van naar rechts, omhoog, omlaag, naar de hoek etc. en dan zelf in de groep te gaan staan en heel overdreven fysiek te reageren zodat de groep dat ook overneemt (ligt uiteraard aan de groep of dat kan). Dan probeer je het zelf uit en uiteraard complimenteer je de groep dan even met het resultaat omdat ze nu super fysiek alert reageren.


13 c) Verbale instructie sneller inzetten - stop met meedoen

Verbaal valt ook een hoop winst te behalen als je veel terugvraagt. Na een instructie bijvoorbeeld:
“Laat eens zien” hoef je alleen maar te zeggen, verder sta je stil en kijk je! Dus laat fysiek wat eerder je dansmateriaal los. Stap eruit, draai om, laat jouw leerlingen het fysiek uitvoeren en zet ze hiertoe aan door verbaal helder te zijn in wat je van ze vraagt.

Veel docenten wachten erg lang voor ze omdraaien en loslaten… Dit is

a) zonde van jouw energie als docent
b) zonde van de leerlingen die hierin ‘lui’ worden in het oppikken, je gaat het immers toch nog 5 keer voor en meedoen!


Leuk is hierbij om een keer te zeggen: “Ik doe het dit keer maar 1 keer voor, en dan jullie” (natuurlijk neem je dan een net behapbaar stukje in lengte!). Dit brengt ze weer even in de staat van alertheid.
En als je dan bent omgedraaid en je zegt ‘laat eens zien’ kun je ze gewoon verbaal door de beweging begeleiden eventueel! Maar je kan ook even helemaal rust nemen. Oh ja, dat kan ook nog ;-).

Terugvragen kan ook op de manier van ‘wat deden we ook alweer vorige week?’ of als je een beweging 1 keer hebt voorgedaan ‘wie weet hem al?’ etc. Allemaal om de groep te activeren.


13 d) Varieer in verbaal/non-verbaal in de antwoorden op de vragen van jouw leerlingen!

Ook leuk is om uit te proberen dat als een leerling een vraag heeft over welke beweging er gaat volgen of over hoe een beweging uitgevoerd kan worden, jij niet meteen fysiek in de ‘bres’ springt om het ‘voor te doen’, maar dat je de leerling verbaal aanspoort ‘doe het eens tot waar je het weet…? Wat komt er daarna denk je? Wat doe jij daarna? Laat eens zien! Kijk of je je rechterbeen daar meer kunt strekken en links wat meer buigen’ – dus helemaal fysiek uitgeschakeld blijven in je antwoord. De leerling merkt 9 van de 10 keer dat hij/zij zelf het antwoord eigenlijk al weet of dat het fysiek al duidelijk was maar dat er alleen nog mentale onzekerheid was over het geheel. Dit geeft zelfvertrouwen voor een volgende keer. Andere leerlingen kunnen in deze situatie ook ‘te hulp’ schieten, wat ook (meestal) een prettige bijkomstigheid is.

Je kan dit ook andersom toepassen. Als je vaak geneigd bent om dingen verbaal uit te leggen en te praten tot je een ons weegt, geef het antwoord op een vraag eens alleen maar fysiek, laat het zien en je zult de leerling prikkelen om het antwoord in jouw lichaamsbeweging te ontdekken! Kortom: varieer in de manieren van antwoorden op de vragen!


14) Start in het hier en NU – Synchroniseren of shockeren

Het is belangrijk om je lesdoelen en richting van tevoren helder te hebben voor zowel jezelf als de leerlingen, maar het kan ook zo zijn dat de groep die je lesgeeft totaal ergens anders uithangt of een geheel ander groepspatroon heeft. Je kunt dan heel hard tegen de stroom in gaan zwemmen, je uiterste best doen om alsnog je doelen erdoor te drukken, of per direct besluiten om te ‘synchroniseren’ met de groep voor je, om in te tunen en met hun mee te bewegen. Als de groep bijvoorbeeld in een lage energie zit, ga jij daar ook zitten (of zelfs lager) en bedenk je ter plekke een oefening IN deze lage energie. Langzaam kun je ze meestal van daaruit meetrekken naar waar jij ze heen wilt brengen. De leerlingen voelen zich gezien en gehoord.

Echter niet altijd is synchronisatie de oplossing, puur en alleen omdat je als je dit altijd toepast de groep niet ‘leert’ om een transformatie in zichzelf aan te gaan. Shockeren (zo noem ik het maar even) kan ook een goede zijn, dat je juist een contra beweging inzet, bijvoorbeeld bij een lage energie in de groep juist een super swingend muzieknummer opzet waarbij de sloomheid van de groep in 1 klap de deur uit geknald wordt door de energie die door het muzieknummer vrij komt (of ze nu wel of niet, serieus of niet serieus, daarop reageren – een feit blijft dat de muziek zelf de energie al vrij maakt, ongeacht hun reactie erop). Of dat je even een 3 minuten hardloopwedstrijdje organiseert, puur om de energie aan te wakkeren. 


Een samenwerkingsoefening doet ook soms wonderen om het groepspatroon in energie te doorbreken, dit kan van ‘elkaar wakker kloppen’ tot ‘maak een duet met verschillende ruimtelagen’ variëren natuurlijk. Het doorbreekt een patroon, en dat is wat je wilt. Wees slim en zorg voor een afwisselende aanpak hierin, zodat de dynamiek tussen jou en de groep altijd gebaseerd blijft op ‘vernieuwing’ en ‘alertheid’.

Nota bene: natuurlijk is het fijn om bij sommige groepen een soort ‘vertrouwen’ en ‘herkenbaarheid’ in te bouwen in jouw aanpak, lesstructuur etc. Toch blijf ik zeggen: avontuurlijkheid is inherent aan de dansles, blijf je leerlingen hiertoe uitdagen en zorg dat dit tot een wezenlijk onderdeel van jouw les behoort!


15) Frisse blik in het NU

Het hier en nu houdt ook in dat je de week (of les, of periode) ervoor loslaat. Als je in de week of les ervoor een super succesvolle les had, wil je daar misschien deze week weer naar terug en het is per definitie deze week anders dus kun je teleurgesteld eindigen (wat jouw groep natuurlijk ook weer voelt, negatieve energiespiraal ligt op de loer). Of de week ervoor was het een lastige les met weinig energie, waar als je er deze les weer aan refereert (openlijk of in jezelf) je weer opnieuw in kan belanden. Belangrijk is het dus om echt weer elke week of elke les fris te starten, met een nieuwe blik in waar de leerlingen en waar jij NU bent!


IN LES OPBOUW / STRUCTUUR

Overigens voor meer variatie tips in les opbouw/structuur verwijs ik je naar het boek van Vera Bergman ‘Dans in Samenhang’, als je in jouw aanpak goed afwisselt scheelt dit je bakken met energie, buiten dat het voor jouw groepen heel goed werkt.


16) Overzicht of inzicht – inzoomen en uitzoomen -> wissel ze af

Vanuit het overzicht van je groep (alsof je iedereen tegelijkertijd ziet – globaal overzicht – doet iedereen mee, is iedereen alert of aandachtig) kun je toewerken naar inzicht in je groep (waarbij je veel meer gericht kijkt). Gericht kijken geeft ook een soort van rust! Dat je niet telkens alles in de gaten hoeft te houden, maar dat je echt even inzoomt op wat je ziet (hierdoor komen individuele correcties ook makkelijk tot stand). Daarentegen is uitzoomen soms ook heerlijk! Dat je weer even het totale groepsoverzicht pakt. Je energiesysteem is heel erg geholpen met het afwisselen van deze ‘kijk technieken’! Het komt dan telkens als het ware bij van het vorige.


17) Alles uit een les halen – jajaja, dat kan ook met een paar seconden minder!

Als dansdocenten halen wij graag alles maximaal uit onze les, uit ons zelf, uit onze leerlingen. We willen vaart in de les houden en zorgen dat ze veel hebben geleerd en lekker hebben gezweet of wat je doelstelling ook is. Wat zijn we toch ons best aan het doen he, dansdocenten? Heel goed hoor, maar je zult zien dat als je hier en daar nét iets langzamer gaat dan dat je normaal zou doen, je in totaal misschien 30 seconden trager je les door gaat dan anders, maar 30 keer rustiger aan doet dan wat je deed!

Dit kan bijvoorbeeld als je bewegingsmateriaal uitlegt. De ene beweging volgt na de andere en je laat er geen gras over groeien je bent nog niet uitgepraat of je roept 5678! In de voorgaande zin bewust geen komma’s gezet ;-). Wat nu als je je omdraait en jouw leerlingen even aankijkt, inademt en uitademt en roept 5678! Winst winst winst. Niemand merkt het, de vaart zit er nog steeds in, maar jij bent een ademteug rijker! Leuke tip om je leerlingen ook mee te laten ademen, zijn zij ook een ademteug rijker.

En het kan bijvoorbeeld ook als je van groepsopstelling wisselt (bijvoorbeeld van midden naar diagonaal), misschien dat je normaliter al begint met uitleggen van een volgende beweging als je nog maar net klaar bent met de vorige oefening (wat op zich heel goed de vaart erin houdt, een prima keuze verder), en dat je nu heel even een paar seconden neemt om een onderonsje met een leerling te hebben of zelf even te ademen. Niemand merkt het, het kost je weinig en het geeft je veel!


18) Heldere instructies = energiegeleiders

Hoe helderder jij jouw instructies geeft, hoe gemakkelijker je

a) kunt terugvragen naar wat je hebt ingezet
b) les zal stromen omdat er helderheid is.

Verwarring of onduidelijkheid is altijd een energievreter!


Je kunt helder zijn in bijvoorbeeld

a) de structuur van de les in het algemeen (als in we beginnen zo met een warming-up, vervolgen onze weg door 2 technische oefeningen naar een diagonaal en eindigen met de danscombinatie, sluiten gezamenlijk af met een cooling down)
b) wat er van de leerlingen verwacht wordt in
- communicatie met docent
- fysieke actie
- pauze moment ja of nee en zo ja hoe dan
- etc.

c) wat het thema of onderwerp van de les is

d) in het reageren op jouw ques (non-verbaal en verbaal)

e) in jouw instructies van de beweging
- vertel je iets over het bewegingsmateriaal zelf in vorm?
- vertel je iets over de bewegingskwaliteit?
- vertel je iets over de structuur van de beweging?
- vertel je iets over de intentie van de beweging?
- vertel je iets over de timing van de beweging?
- vertel je iets over de aanleermethode en jouw verwachtingen hierin?

En vraag daar dan naar terug!


Als jij helderheid hebt verschaft, dan heb je altijd een handvat om op terug te vallen en ook om naar te kijken als je leerlingen aan de slag gaan, om feedback op te geven of correcties in aan te geven.


19) Tempo in de les

Heel goed dat wij als dansdocent zoveel mogelijk uit de les willen halen, maar wees je bewust van het gegeven dat als je de hele les een hoog tempo vraagt van de leerlingen, zij ‘tempo-moe’ kunnen worden. Sommige groepen blijven heel goed met je meedoen uit een soort van ‘wij willen graag aan jouw verwachtingen voldoen en ook hard werken’ (anderen haken wellicht af waardoor je het merkt), maar het is altijd heel goed voelbaar als er even een rustmoment nodig is, een stretchmoment, een drinkmoment, wat dan ook. Wees je bewust dat je van je leerlingen vraagt wat ook daadwerkelijk lekker voelt! Wissel af in de energie die je van ze vraagt, zowel in concentratie als in fysieke activiteit/snelheid. Dat gun je jezelf ook! Variatie is weer de key-word.


20) Werkvorm veranderen

Over het algemeen wordt aangenomen dat jij als de dansdocent de ‘kar’ trekt van de les. Jij bent de energiebron en de drager van de flow van de les. Dit heeft heel veel met werkvormen te maken, of dit wel of niet het geval is. Als je bijvoorbeeld afwisselt in jouw aanpak dan komt er een hele andere energie vrij bij jou en de leerlingen. Als je ze een opdracht geeft voor een duet of wat dan ook waar ze in ieder geval zelf zorg voor moeten dragen, voel je direct dat jij even ‘vrijaf’ hebt van het dragen van de energiebron. Je hoeft alleen bij te sturen en niet te ‘trekken/aan te wakkeren’. Speel hiermee! Zeker op momenten dat je je moe voelt, varieer in jouw aanpak!


EXTRA TIPS


21) Post it – hoera zo handig…

Als je het lastig vindt om jezelf in je energiehuishouding te ‘onderhouden’ of te helpen, hang gewoon wat post-its met tips of reminders rondom je muziekinstallatie op een plek die je goed in beeld hebt. Je kan gewoon heel klein schrijven zodat het niet super zichtbaar is voor anderen, dan kun je jouw proces voor jezelf houden mocht je dit willen.


22) Dagritme veranderen voor werkavond/werkdag

Het klinkt als een barbaarse methode, maar het kan soms heel behulpzaam zijn om je dagritme voordat je les gaat geven te veranderen. Meestal achten wij het ‘wijs’ om op de dag van je lesgeven (als je in de avond lesgeeft) of de dag voor je lesgeven (als je overdag lesgeeft) rustig aan te doen om zo ‘energie te sparen’ om in de lessen alles te kunnen geven. Dit is natuurlijk supermooi en slim en handig, maar er zit ook een addertje onder het gras dat je dus altijd in jouw lessen alles zult proberen te geven, je hebt er tenslotte voor ‘gespaard’!

Als je nu eens wat drukker bent voordat je gaat lesgeven, hoe kom jij dan je lessen ‘door’? Als je dat doet ga je pas creatief met je energie om zal je zien haha. Het klinkt mal en niet zo aardig voor jezelf, maar je dwingt jezelf dan op een andere manier les te geven. Het is echt het uitproberen waard, want je zult zien dat je alsnog goed je lessen doorkomt, maar dan op een nieuwe manier! Je gaat echt dingen vinden om het anders te doen. Je mind en body zijn zo slim!


23) Vraag feedback aan je leerlingen: waar kan ik op besparen?

Je kunt gerust eens een gesprekje met (een van de) leerlingen aangaan over jou als docent (ligt natuurlijk wel aan de leeftijd – maar heb je de mogelijkheid om dat te doen – doe het!). Waar denkt de leerling dat jij op kunt besparen aan energie? Geef je ergens teveel of juist te weinig? Of hoe is de balans tussen jou en de groep?


24) Je mag best gaan zitten, dansdocent!
Er heerst toch wel een soort 'taboe' op het feit dat dansdocenten ook weleens gaan zitten. Je leert in jouw opleiding als dansdocent om toch vooral een 'actieve houding' te hebben en als je niet mee danst maar rondloopt je dit ook met een actieve lichaamshouding doet. Nou is dat natuurlijk allemaal zeer waardevol en waar! Een ingezakte dansdocent daar zit niemand echt op te wachten ;-). Maar dansdocenten: je mag echt ook gaan zitten tijdens jouw les! En gewoon lekker kijken en genieten van je leerlingen. Als je dan gaat zitten kun je heel stiekem en ongegeneerd voor jezelf jouw momentje pakken. Je voelt je stoel, je ontspant je hele lichaam totaal, je voelt de ondersteuning van de rugleuning of van het zitvlak van de stoel. De kunst is om in dit moment echt even alle spanning in je lichaam (en geest) los te laten! Je ademt nog even een paar keer diep in en uit, en je kan er daarna weer tegenaan. Wederom een herstelmoment voor je energiesysteem gescoord! Denk hierbij ook goed aan het loslaten van je leerlingen. Laat ze echt even 'voor jou' dansen, zonder dat je er iets mee hoeft te doen - dat mag ook. Zeker tijdens het dansen van danscombinaties is dit een hele fijne stap naar jezelf toe. Een leuke oefening voor jezelf is om dit ook tijdens oefeningen te doen, eerder in de les. Durf jij te gaan zitten?   


Nou zo kan ik nog wel een tijdje doortypen maar tot zover even: you've got 24 tips & trics in tha pocket!

Ik hoop dat het behulpzaam is om je op weg te helpen betreft dit onderwerp en jouw energie wat meer te besparen. Voor een duurzame inzetbaarheid van ons kostbare wezens genaamd dansdocenten. Heel veel toitoitoi in het uitproberen :-)! Ik hoor graag over jouw bevindingen. 


Mocht je hierin wat verder willen komen in de vorm van een workshop of coaching, schroom niet om contact op te nemen! CONTACT
info@esthernederpelt.nl  |  06-48259392  |  www.esthernederpelt.nl